24-2. Vast obstakel

a. Belemmering

Er is sprake van belemmering door een vast obstakel wanneer de bal in of op het obstakel ligt, of wanneer het obstakel een belemmering vormt voor de stand van de speler of de ruimte voor zijn voorgenomen swing. Indien de bal van een speler op de green ligt is er ook sprake van belemmering wanneer een vast obstakel op de green zich op zijn puttinglijn bevindt. Elders op de baan is er op zichzelf geen sprake van belemmering volgens deze Regel indien een vast obstakel zich op de speellijn bevindt.

b. Ontwijken van belemmering

Behalve wanneer de bal in een waterhindemis of een laterale waterhindemis is, mag een speler de belemmering door een vast obstakel. als volgt ontwijken:

  1. Door de baan: Indien de bal door de boon ligt, moet de speler de bal opnemen en zonder straf droppen binnen een stoklengte van en niet dichter bij de hole dan het dichtst- bijzijnde punt zonder belemmering. Het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering mag niet in een hindemis of op een green zijn. Bij het droppen binnen een stoklengte van het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering, moet de bal eerst een deel van de boon raken op een plek waar geen sprake is van belemmering door het vaste obstakel en dat niet in een hindemis of op een green is.
  2. In een bunker: Indien de bal in een bunker ligt, moet de speler de bal opnemen en droppen: (a) zonder straf volgens punt (i) hierboven, behalve dat het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering in de bunker moet zijn en de bal in de bunker moet worden gedropt; of (b) met één strafslag buiten de bunker, waarbij hij het punt waar de bal lag op een rechte lijn moet houden tussen de hole en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand waarop de bal achter de bunker mag worden gedropt.
  3. Op de green: Indien de bal op de green ligt, moet de speler de bal opnemen en zonder straf plaatsen op het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering dat niet in een hindemis is. Het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering kan buiten de green zijn.
  4. Op de afslagplaats: Indien de bal op de afslagplaats ligt, moet de speler de bal opnemen en zonder straf droppen volgens punt (i) hierboven.

De bal mag worden schoongemaakt wanneer hij is opgenomen volgens deze Regel.
(Bal rolt op een plaats waar sprake is van belemmering door de situatie waaruit hij werd opgenomen - zie Regel 20-2c(v))

Uitzondering: Een speler mag een belemmering niet volgens deze Regel ontwijken indien:

  1. het voor hem duidelijk geen zin heeft een slag te doen vanwege een andere belemmering dan door een vast obstakel; of
  2. belemmering door een vast obstakel zich alleen zou voordoen bij een onnodig abnormale stond, swing of speelrichting.

Noot I: Indien een bal in een waterhindemis ligt (met inbegrip van een laterale waterhindemis), mag de speler de belemmering door een vast obstakel niet ontwijken. De speler moet de bal spelen zoals hij ligt of handelen volgens Regel 26-1.
Noot 2: Indien een volgens deze Regel te droppen of te plaatsen bal niet onmiddellijk is terug te krijgen, mag hij door een andere bal worden vervangen.
Noot 3: De Commissie mag een Plaatselijke Regel vaststellen die bepaalt dat de speler het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering moet bepalen zonder over; door of onder het obstakel te gaan.