26-1. Bal in waterhindernis

Het is een kwestie van feitelijke aard of een bal die na een slag in de richting van een waterhindernis niet is gevonden, daar al of niet in ligt. Deze Regel mag alleen toegepast worden als het bekend is of praktisch zeker dat de bal in de hindemis ligt. Zonder die kennis of zekerheid moet de speler handelen volgens Regel 27-1 .

Indien een bal in een waterhindemis ligt of als het bekend is of praktisch zeker dat een bal die niet is gevonden in een waterhindemis ligt (of de bal in water ligt of niet), mag de speler met één strafslag:

  1. een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oor- spronkelijke bal het laatst werd gespeeld (zie Regel 20-5); of
  2. een bal droppen achter de waterhindemis, waarbij hij het punt waar de oorspronkelijke bal het laatst de grens van de waterhindemis kruiste op een rechte lijn moet houden tussen de hole en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand waarop de bal achter de water- hindemis mag worden gedropt; of
  3. als extra mogelijkheden, maar alleen indien de bal het laatst de grens van een laterale waterhindemis kruiste, een bal droppen buiten de waterhindemis, binnen twee stoklengten van en niet dichter bij de hole dan:
    1. het punt waar de oorspronkelijke bal het laatst de grens van de waterhindemis kruiste; of
    2. een punt op de tegenoverliggende grens van de waterhindemis op gelijke afstand van de hole.

Wanneer de speler handelt volgens deze Regel mag hij de bal opnemen en schoonmaken of vervangen.
(Verboden handelingen wanneer de bal in een hindernis ligt - zie Regel 13-4)
(Bal beweegt in water in een waterhindernis - zie Regel 14-6)